Vijftien feiten over rugpijn

Veel informatie over rugpijn klopt niet. De Ierse Mary O’Keeffe, fysiotherapeute en wetenschapper, zette de feiten in een artikel* op een rij.

Als fysio/manueel therapeut besteed ik dagelijks veel tijd aan het informeren en adviseren van cliënten met rugklachten. Onderwerpen uit haar artikel komen dan veelvuldig ter sprake. O’Keeffe benoemt in het artikel onder andere 15 dingen over rugpijn die de meeste mensen niet weten. Ik heb ze voor u op een rij gezet.

Nieuwe feiten door onderzoek
Rugpijn komt veel voor, zoveel zelfs dat het ons land meer kost dan kanker en de behandeling van diabetes bij elkaar opgeteld. Wetenschappelijk onderzoek op het gebied van rugpijn heeft de afgelopen jaren veel nieuwe feiten opgeleverd. Het is daarom goed om aan de hand van het artikel van O’Keeffe deze uitkomsten eens op een rij te zetten, want over rugpijn doen veel mythes de ronde.

1 Rugpijn is niet abnormaal
Tachtig procent van de mensen zal in zijn leven een periode van pijn in de rug ervaren. Pijn in de rug is te vergelijken met vermoeidheid of droevig zijn; we vinden het niet per se leuk, maar het komt bij bijna iedereen op enig moment voor. Wat echter niet gebruikelijk is, is rugpijn die niet herstelt. De meeste gevallen van acute rugpijn zijn het gevolg van een eenvoudige kneuzing. De prognose hiervan is uitstekend. In de eerste twee weken van een acute periode van pijn, merken de meeste mensen een aanzienlijke verbetering van hun klachten. Bijna 85% van de mensen herstelt volledig binnen drie maanden. Slechts een zeer klein aantal mensen ontwikkelt langdurige, invaliderende problemen.

2 Scans zijn zelden nodig
Zowel professionals in de gezondheidszorg als patiënten overwegen vaak om een ​​scan te laten maken om te kijken of er iets ernstigs aan de hand is. Onderzoek wijst echter uit dat slechts bij een hele kleine groep, minder dan 5%, daadwerkelijk iets afwijkends wordt gevonden. Een consult met een zorgverlener zoals de huisarts of fysiotherapeut, is doorgaans voldoende om te bepalen wanneer een scan écht nodig is, op basis van de symptomen van een persoon en de medische geschiedenis.

3 Scans moeten voorzichtig geïnterpreteerd worden
De wervelkolom kan met scans en röntgenfoto’s goed in beeld gebracht worden. Er wordt dan ook al snel gedacht dat dingen die op een scan te zien zijn direct gekoppeld kunnen worden aan rugpijn, maar dat is niet het geval. Studies hebben aangetoond dat mensen zonder rugpijn diverse afwijkingen kunnen hebben op scans. Zo werden uitpuilende tussenwervelschijven gevonden bij 52% van de scans. Daarnaast werd bij 90% een degeneratieve tussenwervelschijf gevonden (artrose), bij 38% werd artrose van de gewrichten in de wervelkolom gevonden. Ook een hernia (vaak een bron van klachten) bleek in 28% van de gevallen aanwezig. Let wel, het gaat hier om mensen die geen rugpijn hebben! Helaas wordt mensen met rugpijn vaak verteld dat hun rug is beschadigd. Dit kan leiden tot angst, stress en het vermijden van activiteiten. De ‘afwijkingen’ op de scans zijn vaak eerder een teken van ouderdom dan daadwerkelijk de oorzaak van de klachten (Bron).

4 Rugpijn wordt niet veroorzaakt door iets dat scheef zit
Er is geen bewijs dat rugpijn wordt veroorzaakt door een bot of gewricht in de rug dat niet op zijn plaats zit of een bekken dat scheef zit. In veel gevallen tonen scans geen botten, gewrichten of tussenwervelschijven die scheef staan. In het zeer kleine aantal gevallen waarbij op een scan wel een afwijking in de stand van de wervelkolom wordt gevonden, blijkt dit veelal niet sterk gerelateerd aan de rugpijn. Veel cliënten voelen zich beter na behandelingen zoals het manipuleren van de rug. Deze verbetering word veroorzaakt door een directe afname van pijn, spierspanning en angst. Het is niet het gevolg van een gewricht dat recht gezet wordt!

5 Bedrust is niet nuttig
In de eerste dagen na het ontstaan van rugklachten, is het belangrijk om belastende activiteiten te voorkomen. Dit kan vergeleken worden met ander letsel zoals een enkelverzwikking. Onderzoek toont aan dat actief blijven en het geleidelijk hervatten van dagelijkse activiteiten, hobby’s en werk een positieve bijdrage leveren aan het herstel. Langdurige bedrust blijkt daarentegen een negatief effect te hebben op het herstel en zorgt juist voor meer pijn, meer beperkingen in activiteiten en het minder snel hervatten van oorspronkelijke werkzaamheden. Het blijkt zelfs zo te zijn dat hoe langer iemand in bed blijft liggen met rugpijn, hoe sterker de pijn wordt.

6 Meer rugpijn betekent niet meer schade
Dit lijkt misschien vreemd, maar we weten nu dat meer pijn niet altijd betekent dat er ook meer schade is. Twee mensen met dezelfde schade kunnen een totaal verschillende mate van pijn ervaren. De pijn die wordt ervaren, is afhankelijk van een aantal factoren; de situatie waarin de pijn optreedt, eerdere ervaringen met pijn, je gemoedstoestand, eventuele angsten, fitheid, stress en de manier waarop je omgaat met klachten. Een atleet of een militair zal op het moment dat pijn ontstaat misschien niet direct veel pijn voelen, maar ervaart dit pas op een moment dat hij in een minder intensieve omgeving komt. Ons zenuwstelsel heeft het vermogen te regelen hoeveel pijn iemand voelt op welk moment. Als een persoon rugpijn heeft, kan het zijn dat het zenuwstelsel door de vele prikkels overgevoelig wordt. De kleinste prikkels in de rug kunnen er dan voor zorgen dat hij rugpijn voelt, zonder dat er letsel is. Zodra mensen met rugpijn de pijn herkennen die zij ervaren, juist door zich zorgen te maken over de schade in hun rug, verloopt de revalidatie voorspoediger.

7 Een operatie is zelden nodig
Bij slechts een klein deel van de mensen met pijn in de rug is een operatie noodzakelijk. Bij de meeste mensen is het voldoende om actief te blijven, het inzicht in de betekenis van pijn te verbeteren en de factoren die invloed hebben op deze pijn te herkennen. Dit zorgt ervoor dat zij hun dagelijkse activiteiten kunnen blijven uitvoeren zonder dat een operatie nodig is. Gemiddeld genomen zijn de resultaten na een rugoperatie op de middellange en lange termijn niet beter dan bij niet operatieve behandelingen zoals oefentherapie/training.

8 Schooltassen geven geen rugklachten, zorgen over rugtassen wel
Veel mensen geloven dat kinderen die een zware schooltas dragen meer kans hebben op rugklachten. Uit onderzoek blijkt echter dat er geen link is tussen het gewicht van een schooltas en de kans op rugklachten. Echter, als de ouders of het kind van mening zijn dat de schooltas te zwaar is, is de kans op het ontwikkelen van rugklachten bij het kind wel groter. Hierbij speelt de angst voor het ontwikkelen van rugklachten een belangrijke rol.

9 De perfecte zithouding bestaat niet
Moeten we allemaal rechtop zitten? In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht is er geen specifieke statische zithouding waarbij is aangetoond dat deze rugklachten kan verminderen of voorkomen. Ieder mens heeft zijn eigen zithouding. De ene persoon zit het liefst rechtop terwijl een ander liever onderuitgezakt zit. Terwijl onderuitgezakt zitten in een kwaad daglicht staat, is er geen wetenschappelijk bewijs dat dit ook leidt tot meer rugklachten. Sterker nog, veel mensen met rugklachten hebben zichzelf een erg rigide houding aangemeten (zoals extreem rechtop zitten) met weinig variatie. Het belangrijkste bij zitten is niet de houding, maar juist het variëren van houding. Daarnaast is het belangrijk om vertrouwd te raken met de diversiteit aan bewegingen van de rug en deze soepel en ontspannen uit te voeren.

10 Tillen en bukken is veilig
Veel mensen met rugklachten denken dat tillen, bukken en draaien vermeden moeten worden. Er is echter geen wetenschappelijk bewijs dat er een verband is tussen deze activiteiten en rugklachten. Natuurlijk is het zo dat een persoon zijn rug kan overbelasten als hij op een ongewone manier iets tilt, of iets tilt dat zwaarder is dan hij aan kan. Daarnaast is het zo dat iemand met rugklachten meer pijn kan voelen bij deze activiteiten dan normaliter het geval zou zijn. Dit betekent niet dat deze activiteiten vermeden moeten worden. Bukken en tillen is normaal en men zou deze bewegingen juist moeten trainen om de rug te versterken. Dit is te vergelijken met het hervatten van bijvoorbeeld hardlopen na een enkelverstuiking.

11 Het vermijden van activiteiten en voorzichtiger bewegen helpen niet op de lange termijn
Het is normaal dat de eerste paar dagen na het ontstaan van rugpijn, men aanzienlijk minder/anders beweegt. Hierbij kan opnieuw de vergelijking met een enkelverstuiking worden gemaakt, waarbij men de eerste paar dagen anders loopt. Als de pijn afneemt wordt het looppatroon vaak weer normaal. Het is belangrijk om na een periode van rugpijn weer zo normaal mogelijk te bewegen. Veel mensen blijven anders bewegen uit angst voor nieuwe klachten of de veronderstelling dat een specifieke activiteit gevaarlijk is. Dit kan op termijn mogelijk een verergering van klachten geven.

12 Slecht slapen beïnvloedt rugpijn
Wie pijn heeft, slaapt vaak minder goed. Het is zelfs zo dat een slechte nachtrust de kans op rugklachten in de toekomst vergroot. Een slechte nachtrust kan naast hoofdpijn, vermoeidheid, depressiviteit en een verhoogde prikkelbaarheid zorgen voor aanhoudende rugklachten, of zelfs het ontstaan van rugklachten. Het verbeteren van het slaappatroon en slaapgewoontes kan dus van invloed zijn op uw huidige rugklachten.

13 Stress, negatieve stemming en zorgen zijn van invloed op rugpijn
Hoe we ons voelen is van invloed op de hoeveelheid pijn die we ervaren. Rugpijn kan beïnvloed worden door veranderingen in ervaren stress, gemoedstoestand of de hoeveelheid angst in ons leven. Deze factoren zijn niet alleen van invloed op onder andere het prikkelbare darm syndroom en vermoeidheid, maar spelen ook een zeer belangrijke rol bij rugklachten. Als men daarom in staat is om stress, gemoedstoestand en angstbeleving te beheersen, door juist leuke dingen te doen en te ontspannen, dan kan men een zeer positieve invloed uitoefenen op de rugklachten.

14 Oefeningen zijn goed en veilig
Veel mensen met pijn zijn bang om oefeningen te doen omdat ze denken dat dit een negatieve invloed heeft op hun klachten. Het tegendeel is waar. Regelmatig oefenen zorgt er juist voor dat je lichaam en geest fit en gezond blijven en zorgt ook voor een afname van pijn en ongemak. De spierspanning wordt verlaagd, het immuunsysteem wordt versterkt en het heeft een positieve invloed op de gemoedstoestand. Uit onderzoek is gebleken dat alle vormen van bewegen een positieve invloed hebben. Dus kom in actie! Kies iets waar je plezier in hebt en goed kan inpassen in je leven. Wandelen, traplopen, fietsen, joggen, hardlopen zijn allemaal activiteiten die goed zijn voor je rug. Pijn kan er voor zorgen dat je het lastiger vindt om te beginnen. Ongetrainde spieren zijn vaak gevoeliger dan goed getrainde spieren na activiteiten. Deze (spier)pijn is geen teken dat de activiteit schade heeft veroorzaakt, maar is juist een signaal dat je op de goede weg bent.

15 Chronische rugklachten kunnen herstellen
Er zijn heel veel factoren van invloed op rugklachten. Deze factoren kunnen per individu verschillen. Het is belangrijk dat de behandeling wordt afgestemd op deze factoren. Als na veel (verschillende) behandelingen onvoldoende effect is behaald kan dit leiden tot veel frustraties en het kan er voor zorgen dat mensen de hoop verliezen in herstel. Vaak richten veel van deze behandelingen zich maar op 1 factor. Zo kan iemand gemasseerd worden omdat hij een pijnlijke spier heeft terwijl zijn stressgehalte, slaappatroon of fitheid niet worden meegenomen. Door alle factoren in kaart te brengen die bij deze persoon van invloed zijn en de therapie hierop af te stemmen kan men toch zorgen voor een afname van de pijnklachten met als gevolg dat mensen zich gelukkiger en gezonder gaan voelen.

* Mary O’Keeffe (Universiteit van Limerick), Dr Kieran O’Sullivan (Universiteit van Limerick), Dr Derek Griffin (Tralee Fysiotherapie Clinic)

Met vriendelijke groet,

Gerjan van Eerden
Fysio-/manueeltherapeut